Ik vier nooit mijn verjaardag. In ieder geval niet op de normale manier. Met visite en taart en een hoop ooms en tantes die je nooit ziet. Ook niet met vrienden en dan maar tot in de late uurtjes zuipen. Als ik het al vier, dan is het op een vreemde manier.
Zo heb ik ooit 4 vrienden overdag meegenomen naar de tentoonstelling die ik voor mijn stage had gemaakt. Nouja, ik had meegeholpen. Waarschijnlijk vonden ze het heus wel leuk. En ik weet zeker dat ik het leuk vond. Want ik doe graag alles net even anders. We hebben die middag nog afgesloten met een thee en en gebak bij de V&D. Dus niet dronken, schreeuwend om tieten, in een bar waar je de volgende langs zou lopen en nog geen eens meer zou weten dat je daar om tieten hebt staan roepen.
Nu roep ik sowieso niet vaak om tieten, maar dat heeft een andere oorzaak. Kom ik misschien nog wel eens op terug of niet. Ik moet wel even waarschuwen dat ik dit schrijf terwijl ik 3, ja echt drie, kabouters naar binnen heb zitten werken. Biertjes, chouffe, kabouters. Daarvoor al een wijntje bij de voortreffelijke Italiaan L’Arena.
Vandaag heb ik mijn verjaardag ‘gevierd’. En eigenlijk kan ik die aanhalingstekens wel weghalen. Want afgezien van de lekke band (die ook geplakt is) en dat ik boodschappen heb gedaan met mijn broer, wat niet bepaald feestelijke bezigheden zijn, heb ik toch wel een leuke avond gehad. Een erg leuke avond.
Op de zoektocht naar wat te doen op mijn verjaardag met mijn beste vriend, stuitte ik op Toomler. En mijn zoektocht was te einde, dat was precies wat ik zocht. Humor. En dat het in een kelder plaatsvindt waar een vermaarde rockzanger/junkie zichzelf van het leven heeft beroofd maakt het niet minder grappig. Daar houden we beiden van, een grappig verhaal, een stom verhaal waar je om kan lachen of een frisse blik op iets heel erg normaals. Lachen, omdat je er om kan lachen.
Dus na wat gedoe over en weer over waar van te voren te eten, kwamen we 5 minuten voor aanvang in Toomler. Natuurlijk hadden we eerder moeten komen voor een betere plek. Maar daar ergens achteraan was nog geen eens beroerd. Je kon alles prima verstaan en het mooiste was dat je de stand-uppers in ruste (die waren al geweest of moesten nog) kon horen reageren. Vaak op een moment waarop het publiek de grap net niet begreep, dan konden zij juist de grap waarderen.
En ik kon alle grappen wel waarderen. Zeker na een kabouter of twee. De vrouw in het gestreepte shirt naast mij niet. Die begon toen we op de laatste twee vrije stoelen gedrukt werden niet waarderen dat ik de stoel van haar vriend aanraakte en daardoor dacht zij dat haar vriend er niet meer in zou passen. Ach zeur niet, dacht ik bij me zelf en ik schoof de stoel weer terug en liet zien dat zelfs de langste man daar aanwezig nog enigszins comfortabel kon gaan zitten. De rest van de avond heb ik haar een beetje in de gaten gehouden. Pas toen het over plakkende balzakken ging kon ze een beetje lachen, vel zelf uw oordeel.
De rest van de avond was perfect. Het stel waar wij een tafeltje mee deelden, vroegen vriendelijk of Erik en ik van plaats wilden ruilen, want ik was kleiner, dat deden we en ons tafeltje heeft een leuke avond gehad. Ze lachten gelukkig om dezelfde grappen. Of het lag aan het tafeltje of aan toeval, het was fijn. Fijner dan die trut naast me met dat streepjesshirt. Ze merkte zelfs op: ‘je kan nu wel lachen, maar ik heb het gezien’, toen één van de artiesten het had over hoe kinderen tegenwoordig opgevoed worden.
Sander van Opzeeland. Die rooie met bril (Rene van Meurs). Tim Fransen (de beste). Die rotterdammer (Patrick Laureij). Die gast in het grijze shirt (Merijn Scholten). En Martijn Koning. Dat waren de artiesten van de avond. Je moet het er maar mee doen. Of je hun stijl leuk vindt of niet. En je gaat automatisch vergelijken. En ze hadden allemaal iets, maar de derde had het meest. Ik kwam niet meer bij. En het mooiste was dat de gestreepte trut naast me geen spier bewoog. Dat maakte het allemaal nog grappiger. Hij had een manier van redeneren en presenteren die geweldig was. Omgekeerde psychologie en dat met een strak gezicht brengen dat je er elke keer weer intuint. Heerlijk. Een gast die het misschien niet een hele avond zo volhoudt, maar hij had mij in een constante lachkick en dat was fijn.
Het was echt een fijne avond. Een fijne verjaardag. Misschien leer ik langzamerhand wel mijn verjaardag te vieren. Zoals anderen dat doen. Of zoals ik denk dat anderen dat doen. Ik heb nog 5 jaar. Dan ben ik 33. Dan ben ik volwassen. Als hobbit. En een hobbit lijkt op een kabouter, maar dan zonder muts. En nu hou ik op. De bierkabouter spreekt en bovendien gaat mijn verjaardag morgen min of meer ‘vrolijk’ verder.

Toomler (maar dan rustig)